
Rome

Toeristische attractie
Villa Borghese is het op twee na grootste openbare park van Rome en strekt zich uit over ongeveer 80 hectare op de Pincio-heuvel, net ten noorden van het historische centrum. Het landgoed werd in het begin van de 17e eeuw aangelegd in opdracht van kardinaal Scipione Borghese — neef van paus Paulus V en een van de meest gretige kunstverzamelaars van zijn tijd. De aanleg van het terrein begon rond 1606 onder leiding van de Vlaamse architect Jan van Santen (in Italië bekend als Giovanni Vasanzio), die het land omvormde tot een uitgestrekte giardino all'italiana, compleet met geometrische parterres, sierfonteinen en een casino (het villagebouw) dat bedoeld was om Scipione's buitengewone verzameling antiquiteiten en eigentijdse schilderijen te huisvesten. De familie Borghese behield het privébezit tot 1901, toen het landgoed werd aangekocht door de stad Rome en opengesteld voor het publiek.
Het culturele hart wordt gevormd door de Galleria Borghese, het voormalige casino dat tegenwoordig behoort tot de beste kleine musea ter wereld. Het herbergt Gian Lorenzo Bernini's adembenemende marmeren sculpturen — waaronder "Apollo en Daphne" (1622–1625) en "De roof van Proserpina" (1621–1622) — naast Caravaggio's "Jongen met een mand fruit" (ca. 1593) en Rafaëls "Graflegging" (1507). Het museum hanteert een strikt systeem van tijdsloten met maximaal 360 bezoekers per sessie van twee uur, waardoor het vooraf boeken niet optioneel is — het is onmisbaar. Buiten de galerie herbergt het park de Bioparco di Roma (opgericht in 1911), het Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia, het openluchttheater Teatro Romano en de Tempio di Esculapio, een 18e-eeuwse neoklassieke tempel op een kunstmatig eiland in het centrale meer van het park.
Bezoekers kunnen het park verkennen te voet, per huurflets of met de kleine elektrische golftaxi's die beschikbaar zijn bij de belangrijkste ingangen. Het Pincio-terras, aan de zuidwestelijke rand van het park, biedt een van Rome's meest gevierde uitkijkpunten — een weidse panoramablick over de daken tot aan de koepel van de Sint-Pieter, een uitzicht dat Napoleons stadsplanner Giuseppe Valadier bewust heeft ingekaderd bij de herinrichting van het terras tussen 1811 en 1814. De beschaduwde lanen met steenpijnbomen (Pinus pinea) en parapluvormige kruinen die het visuele karakter van het park bepalen, zijn grotendeels aangelegd tijdens diezelfde reorganisatie uit het Napoleontische tijdperk, waarbij de indeling werd verschoven van strikt Italiaans formalisme naar de Engelse landschapsstijl die toen in de mode was door heel Europa.
Toegang tot het park zelf is gratis en het is dagelijks geopend van zonsopgang tot zonsondergang. De belangrijkste voetgangersingangen bevinden zich bij de Porta Pinciana (bereikbaar via de Via Veneto) en bij de Piazzale Flaminio (bereikbaar via metrolijn A, station Flaminio). Draag comfortabel schoeisel — het park van zuid naar noord oversteken duurt op loopsnelheid een stevige 25 tot 30 minuten. Bezoek het park op een doordeweekse ochtend om de weekenddruktes te vermijden, wanneer Romeinse gezinnen de gazons en het roeibotenmeer vanaf het late voormiddaguur met groot enthousiasme voor zich opeisen.
Privétours met een lokale gids, in uw eigen tempo.