
Brussels
Toeristische attractie
Bois de la Cambre — in het Nederlands bekend als Ter Kamerenbos — is een openbaar park van 123 hectare aan de zuidelijke rand van de Brusselse gemeente Elsene, en vormt de meest noordelijke toegangspoort tot het uitgestrekte Zoniënwoud. Tot in de jaren 1860 was het schlicht een onderdeel van dat eeuwenoude beukenwoud, dat ooit ononderbroken over een groot deel van het Belgische plateau reikte en sinds de Middeleeuwen als koninklijk jachtgebied had gediend. In 1862 werd het park door de Stad Brussel afgescheiden van het Zoniënwoud en heringericht in de modieuze Engelse landschapsstijl, onder leiding van de stedelijke groendienst, geïnspireerd op de naturalistische parken die toen Londen en Parijs veroverden. In 1864 werd het formeel voor het publiek opengesteld en bood het de snel groeiende burgerlijke wijken van Elsene en Ukkel hun bepalende recreatieruimte.
Het middelpunt van het park is het aangelegde meer van ongeveer 200 meter breed, in het midden waarvan een klein bebost eilandje ligt: het Île Robinson. Het eiland, vernoemd naar de literaire schipbreukeling Robinson Crusoe, is bereikbaar per platbodemroeiboot die bezoekers aan de oever kunnen huren — een traditie die sinds de Victoriaanse opening van het park vrijwel ongewijzigd is gebleven. Op het eiland zelf is een houten chaletstijl restaurant gevestigd, een geliefd seizoensinstituut. Rondom het meer slingert een netwerk van brede, met bomen omzoomde promenades — waarvan sommige op zondagochtend nog voor autoverkeer toegankelijk zijn — door groepen platanen, eiken en de hoge rode beuken die kenmerkend zijn voor het aangrenzende Zoniënwoud.
In de loop van de 20e eeuw werd het park het toneel van een van Brussel meest hardnekkige maatschappelijke debatten: de spanning tussen autoverkeer en voetgangersgebruik. Decennialang was de ringweg langs het park open voor doorgaand verkeer, en de strijd om die weg in het weekend te voetgangeriseren werd een mijlpaal voor de vroege Brusselse milieubeweging in de jaren 1970 en 1980. Tegenwoordig zijn grote gedeelten op zondagochtend afgesloten voor auto's, wanneer fietsers, joggers, inline skaters en gezinnen de brede asfaltrondjes opeisen in een wekelijks ritueel dat diep verweven is met de Brusselse identiteit. Het park doet ook dienst als het traditionele parcours van de Brusselse 20 km, een van België's grootste volksloopwedstrijden die elke mei wordt gehouden.
Wie door de week langskomt, treft een rustiger en meer contemplatieve versie van het park aan — ideaal voor lange wandelingen door de beukenlanen, een koffie op een van de oeverterrassen, of een uurtje drijven richting het Île Robinson in een gehuurde roeiboot. Het park is het spectaculairst in half oktober, wanneer de rode beuken rood en goudkleurig worden, en opnieuw in mei wanneer de kastanjekaarsjes langs de hoofdpromenades in bloei staan. Tramlijn 8 verbindt het park in minder dan 20 minuten rechtstreeks met het centrum van Brussel, met een halte aan de noordrand van het park bij de halte Legrand/Cambre.
Privétours met een lokale gids, in uw eigen tempo.